Leven in een krimpgebied

Dichtgespijkerde huizen, leegstaande winkels, scholen die niet meer gebruikt worden… Dat is het beeld dat veel mensen hebben van krimpgebieden. Maar is dat beeld terecht? Is het echt allemaal zo erg? En voor welke oplossingen kiezen gemeenten en corporaties bij het ‘bestrijden’ van krimp en de gevolgen ervan? Een interview met Gert-Jan Hospers, o.a. docent/onderzoeker economische geografie, en Sofia Krol, projectleider leefbaarheid bij woningcorporatie Elkien in Friesland.


Vergrijzing, ontgroening, verhuizing
Gert-Jan Hospers is docent en onderzoeker Economische Geografie aan de Universiteit Twente en bijzonder hoogleraar City- en Regiomarketing aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Als auteur van het boek ‘Krimp!’ is hij de aangewezen persoon om het begrip eens nader uit te diepen. Wat is krimp eigenlijk? Hospers vertelt: “Bevolkingskrimp treedt op wanneer het aantal inwoners in een regio afneemt. Het fenomeen krimp is niet moeilijk te verklaren: het komt voor in gebieden met vergrijzing (meer ouderen en daarom een groeiend aantal sterfgevallen), ontgroening (minder kinderen) en verhuizing (vertrek van jongeren naar de Randstad).”

Gebieden die op dit moment met krimp te maken hebben zijn Zeeland, Zuid-Limburg en Noordoost-Groningen. Maar daar blijft het niet bij, vertelt Hospers: “Tot 2025 komen daar nog een paar bij zoals de Achterhoek en Midden-Limburg. Uiteindelijk zal de helft van de Nederlandse gemeenten met bevolkingsdaling te maken krijgen. Die krimp blijft vooral beperkt tot het ‘platteland’; stadskrimp komt in Nederland bijna niet voor.”

Ook in de provincie Friesland verandert de bevolkingssamenstelling. Het aantal inwoners neemt tot 2025 nog geleidelijk toe, maar daarna slaat dit om in een afname. Sofia Krol: “Dat is niet rampzalig, maar het is wel een gegeven waar we als corporatie rekening mee moeten houden.”


Burgerparticipatie
Dat krimp gevolgen heeft, moge duidelijk zijn. Gevolgen zijn er voor de fysieke omgeving - denk aan verpaupering van wijken en leegstand. Maar de sociale gevolgen wegen vaak veel zwaarder. Door vergrijzing, ontgroening en verhuizing ontstaat er namelijk een andere lokale sociale structuur. Hierdoor ontstaan andere problemen, zoals dreigende sluiting van de basisschool, te weinig vrijwilligers voor de voetbalclub en ouderen die vereenzamen.
Desalniettemin ziet Sofia Krol krimp het liefst als kans: “We zijn met elkaar wel erg gewend geraakt aan de verzorgingsstaat. Burgerparticipatie is nu het devies. Natuurlijk moet er zorg zijn voor de kwetsbaren, maar de beroepsbevolking en vrijwilligers kunnen best zelf een bijdrage leveren. En vaak willen ze dat ook! Laten we zorgen dat we ze daarbij niet voor de voeten lopen met onze oude structuren, maar ze juist waar mogelijk faciliteren.”


Koude en warme aanpak
Gemeenten willen vaak koste wat het kost de krimp bestrijden. Vaak kiezen ze daarvoor de ‘koude’ krimpaanpak: door middel van city- en regiomarketing proberen ze nieuwkomers binnen te halen. Hospers: “In de praktijk blijkt dit soort strategieŰn niet te werken. Gemeenten worden zo elkaars concurrenten. Daarnaast blijken Nederlanders erg honkvast: als ze al verhuizen, blijft tweederde binnen de gemeente, terwijl slechts vier procent meer dan honderd kilometer verderop gaat wonen. Om daar een marketingcampagne op los te laten is weggegooid geld: mensen maken zelf wel uit waar ze willen wonen.”

Hospers adviseert gemeenten zich daarom vooral te richten op het vasthouden van de zittende inwoners: “Dat vraagt om ‘warme’ marketing, die de bevolking bij krimp betrekt en aan de gemeente bindt.”

Ook een corporatie als Elkien moet haar bakens verzetten. Sofia Krol vertelt: “Onze strategie is dat we ons op termijn terugtrekken uit de kleine kernen. In zulke dorpen is vaak weinig werkgelegenheid. Daarom trekken mensen vaak naar de grotere kernen. Onze doelgroep woont vaak juist daar waar wel werk is. Daar hebben bewoners in principe geen auto nodig om naar het werk te gaan. Economische aspecten spelen hierbij een grote rol. Als je bedenkt dat de maandlasten voor het rijden van een auto bijna even hoog zijn als de maandelijkse woonlasten, dan is dat voor veel bewoners niet op te brengen.”


Melkfabriek
Hospers geeft aan dat in veel gemeenten gelukkig initiatieven genomen worden om het voorzieningenniveau op peil te houden. Vooral woningbouwcorporaties nemen daarbij volgens hem het voortouw. Ook herstructurering valt onder de zogenaamde ‘warme’ maatregelen: denk hierbij aan het samenvoegen van rijtjeshuizen tot twee-onder-een-kapwoningen. Er wordt ook wel gekozen voor sloop. Hospers is daar niet altijd voorstander van: “Slopen kost ook geld: gemiddeld zo’n € 45.000 per woning! Bovendien leidt sloop vaak tot weerstand onder de bewoners, zeker als er geen alternatief wordt aangeboden.

Sofia Krol weet als geen ander dat zulke maatregelen tot onrust leiden. “Natuurlijk is er veel weerstand. De bewoners willen nu eenmaal graag het oude behouden. Inleveren voelt als een verlies. Honderd jaar geleden is er misschien een melkfabriek in zo’n dorp gebouwd. Dan zitten wij daar nu nog steeds met woningbezit, terwijl de wereld is veranderd. Het Friesch stamboekvee is voor een groot deel naar Amerika gegaan en de melkfabriek staat nu ergens anders. Dan vraag je je als corporatie wel af of die woningen nog nodig zijn. Niet dat we ons rŘcksichtslos terugtrekken, maar de dingen spreken niet meer vanzelf. Zo moesten er in het dorpje Nijland acht corporatiewoningen gesloopt worden. Vroeger zouden we er dan zes voor teruggebouwd hebben, maar dat kan nu niet meer. In plaats daarvan bedenken we integrale oplossingen, waarvoor we bijvoorbeeld samenwerken met een lokale aannemer, dorpsbelangen en de gemeente.

De corporatie stelt de grond voor een sociale prijs beschikbaar om sociale koop te stimuleren. Dit kan een kwaliteitsslag opleveren voor het dorp, omdat er sprake is van doorstroming en er woningen gebouwd worden die een meerwaarde hebben. Ze is geen opdrachtgever, maar ziet voor zichzelf een faciliterende rol, waarbij de corporatie mensen bij elkaar brengt en know how inbrengt. “In het dorpje Wűns is inmiddels een woonco÷peratie opgericht”, vertelt Sofia Krol. “ Deze co÷peratie wil een oplossing bieden voor vraagstukken op het gebied van wonen, vergrijzing, zorg en het verdwijnen van verenigingen. Elkien heeft deze co÷peratie ondersteund met een professionele begeleider. De helft van de inwoners van Wűns is inmiddels lid van de co÷peratie geworden. Krimp biedt dus kansen voor lokale betrokkenheid.” Zo hanteert Elkien voor elk dorp een op maat gemaakte terugtrekstrategie met een tweeledig doel; Elkien kan op een verantwoorde manier vertrekken uit het dorp, zonder dat de negatieve gevolgen voor de samenleving in het dorp te groot zijn. Sofia Krol hierover: “Ons programma is een echte maatwerkmethode. Kern hiervan is het stimuleren van zelfredzaamheid en vanuit ‘de mienskip’ (van onderen op) de ideeŰn van het dorp met alle betrokken partijen tot uitwerking brengen.”


Sober en doelmatig
Doordat Elkien het woningbezit in de onrendabele gebieden wil verkopen, hoopt zij meer financiŰle armslag te krijgen voor haar bezit in de grotere kernen. Het gaat dan vooral om herstructurering. Ook Elkien heeft te maken met de verhuurdersheffing en moet bijvoorbeeld tot 2018 ongeveer 36 miljoen euro afdragen. “Uiteindelijk is de huurder daar de dupe van”, aldus Sofia Krol. “Wij moeten daarom onze plannen bijstellen en temporiseren. We bouwen sober en doelmatig: de woningen zijn bijvoorbeeld kleiner (want de doelgroep is veranderd in ÚÚn- en tweepersoonshuishoudens), de energielasten zijn lager, bewoners kunnen niet meer standaard een hele eigen keuken kiezen en de kleuren worden neutraal gehouden. Op zich is dat niet zo’n probleem, als je bedenkt dat een aantal jaar geleden nog sociale huurwoningen mÚt garage opgeleverd werden. Kijk, een huis moet ten minste vijftig jaar mee, we bouwen voor de toekomst. Dus dan moet je verstandig te werk gaan.”


Bereikbaarheid troef
Vinden de zittende bewoners krimp eigenlijk een probleem? Missen zij de voorzieningen en vinden zij dat de leefbaarheid eronder lijdt? Bureau CAB Onderzoek deed onder 1.600 inwoners onderzoek naar de tevredenheid over de leefomgeving op het Noord-Gronings platteland. En wat blijkt: maar liefst 93% is zeer tevreden!

Dat de regio zo leefbaar is, komt vooral door de sociale cohesie in de dorpen: buurtcontacten, een hechte gemeenschap en deelname aan activiteiten in de omgeving. Uit het onderzoek blijkt verrassend genoeg dat voorzieningen als winkels, scholen en sportfaciliteiten geen voorwaarde zijn voor leefbaarheid. Wel vinden mensen het belangrijk dat ze met de auto makkelijk te bereiken zijn. Bij voorzieningen gaat het dus niet zozeer om beschikbaarheid als wel om bereikbaarheid. Inwoners moeten de dagelijkse voorzieningen in de omliggende regio gemakkelijk en veilig kunnen bereiken. Daarom vinden ze de veiligheid van de buitenwegen erg belangrijk en pleiten ze voor investeringen in de verkeersveiligheid en onderhoud aan wegranden en bermen. Toch niet iets waar je meteen aan denkt bij bevolkingskrimp…

Niet alleen de fysieke, maar ook de digitale bereikbaarheid is van cruciaal belang. In andere landen als Frankrijk is de snelheid van de internetverbinding zelfs al een vestigingsplaatsfactor geworden. Zo’n snelle internetverbinding is niet alleen van cruciaal belang voor creatieve bedrijfjes; ook voor de zorgvraag is het van belang dat er een goede en snel werkende internetverbinding is (beeldbellen e.d.).

Conclusie aldus Hospers: “Investeren in veilige wegen en glasvezelkabels heeft dan ook meer zin dan nieuwe starterswoningen bouwen en koste wat het kost het zwembad openhouden. Als Adviescommissie Wonen kunt u daar op letten. Kijk ook naar de mobiliteit van de bevolking: welke groepen in het dorp zijn minder mobiel? Kunnen ze met iemand meerijden? Sluit het openbaar vervoer aan op de wensen van de lokale gemeenschap?”


Maatwerk
Om als Adviescommissie Wonen een rol van betekenis te kunnen blijven spelen is het volgens Sofia Krol van belang dat ook zij zich losmaken van ‘het oude denken’. “In onze regio staat alles op de helling. Iedereen vraagt zich af: waar ben ik voor, wat is mijn doelstelling? Denken vanuit een beleidskader en alles op voorhand willen vastleggen, werkt niet meer. Wees creatief en lever maatwerk.” Voor Elkien betekent dit bijvoorbeeld dat ze haar bezit van 18.000 woningen niet meer op dezelfde wijze kan beheren. Ze zal moeten aansluiten op de cultuur die er in de verschillende dorpen heerst. Sofia Krol: “Om je klanten goed te kunnen bedienen moet je vooral goed en actief luisteren. En dat geldt ook voor de Adviescommissies Wonen. Onderzoek nieuwe vormen, wees alert op burgerinitiatieven. Adviesverzoeken zullen lang niet altijd meer van de vertrouwde partijen als corporaties, ontwikkelaars en gemeenten komen, maar juist van particulieren als een dorpsbelangengroep, een stichting of een lokale aannemer. De co÷peraties zullen als paddenstoelen uit de grond schieten. Kansen genoeg, maar je moet ze wel willen zien en grijpen!”


Bronvermelding
• Leven in de leegte. Leefbaarheid in Noord-Groningen anno 2010, www.cabgroningen.nl
www.fryslan.nl

VAC-advies aanvragen

Gemeenten, corporaties, projectontwikkelaars, maar ook particulieren kunnen hun bouwplannen en omgevingsplannen door een adviescommissie laten toetsen op gebruikskwaliteit.

Lees meer >